Treinen naar Canada

Uiteindelijk werden de stellen in 1976 verkocht aan de Canadese Urban Transportation Development Corporation, die de stellen wilde inzetten bij de Ontario Northland Railway in North Bay. In de werkplaatsen Zürich en Tilburg kregen de stellen een revisie en werden ze aangepast voor de diensten in Canada, waar de temperaturen tot ver onder het nulpunt kunnen dalen. Ook werden de typisch Noordamerikaanse nummerlichtbakken en lampen op de neuzen aangebracht en kwam er een grote bel boven op de cabines. Tevens verschenen de stellen in een fraaie blauw-gele kleur van de ONR. Er waren ook een paar bakwisselingen, de NS 1001 en de SBB 502 wisselden hun motorwagen en de NS 1002 en de 1003 hun stuurstandrijtuig.

In hun Canadese uitmonstering maakten de stellen nog diverse proefritten en excursies. Zo verschenen ze via Simpelveld in Aken, maar een rit voerde ook een stel naar Luxemburg. In maart en september en oktober 1977 werden de stellen verscheept naar Toronto.

Als ONR 1900-1903 kwamen de stellen in Canada aan, maar werden gelijk vernummerd in 1980-1983, omdat er nummerdoublures met dieselloks bleken te zijn. De stellen werden als Northlander ingezet tussen Toronto Union en Timmins door de Ontario Northland Railway, waarbij overigens tussen Toronto en North Bay over de sporen van Canadian National werd gereden. De nieuwe treinen waren een enorm succes en trokken veel aandacht; de Canadezen waren niet veel spoors comfort gewend en deze Trans Europ Express stellen spraken enorm tot de verbeelding. Er werd wel gekscherend een vergelijking gemaakt met de Oriënt Express.

De technische mensen van de ONR waren aanmerkelijk minder te spreken over de motorwagens. De koude Canadese winters eisten toch wel hun tol en al in 1979 en 1980 werden ze vervangen door dieselloks van het FP7A type, zeg maar de Amerikaanse bolle neus. Gelijk met de vervanging door de dieselloks werden de stellen vernummerd in 1984-1987. Overigens was het een vreemd gezicht om die grote dieselloks met het ruime Noordamerikaanse profiel aan de Europese rijtuigen gekoppeld te zien. De stuurstanden zijn overigens in Canada niet of nauwelijks gebruikt en met de FP7A loks verviel deze mogelijkheid helemaal. In 1984 werden de oude Werkspoor motorwagens gesloopt; helaas zoals later zou blijken. Na een verder relatief probleemloos leven als getrokken rijtuig werden, namen de problemen met de loks wel toe als gevolg van ouderdom in de 2e helft van de jaren tachtig. In 1992 tenslotte gingen de stellen/rijtuigen buiten dienst en werden te North Bay terzijde gesteld en te koop aangeboden.